27 december 2010

Sneeuw

Op een heldere avond, in december, zaten Mees en Duif samen op een tak, te genieten van de volle maan en de  sterrenhemel. Het was koud, maar dat deerde hen niet. Hun verenkleed hield hen warm.

Mees vroeg aan Duif: “Zeg Duif, jij bent een wijze vogel en je weet nog wel eens wat. Kan jij me eens vertellen: hoeveel weegt één vlokje sneeuw?”

Duif zei: “Daar vraag je me wat.  Hoeveel weegt één vlokje sneeuw? Ik zou zeggen minder dan niets.”

“Minder dan niets?”, zei Mees, “maar dan moet ik je toch iets bijzonders vertellen.” En Mees begon te vertellen: “Vorige week zat ik op de tak van een dennenboom, vlak bij de stam. Het begon te sneeuwen. Heel stil, als in een droom, je kon de sneeuwvlokjes een voor een naar beneden zien dwarrelen. Ik begon ze te tellen. Het waren er zes miljoen tweehonderd en negenenvijftig. En bij het zes miljoenste tweehonderd en zestigste vlokje brak de tak…”

Duif zat te luisteren en er verscheen een rimpel op zijn kop.  Sinds de Ark van Noach was hij gespecialiseerd in vredezaken. Ineens borrelde  er een vraag in hem op: “Als het nou om vrede gaat, wat is dan het gewicht van de stem van één mens?”

Op deze blog reageren