26 januari 2011

The Voice of Holland…

Maatschappelijke dienstverlening en de zeggenschap van burgers

De raad voor de maatschappelijke ontwikkeling (rmo) heeft een interessant advies uitgebracht over maatschappelijke organisaties en het belang van een goede relatie met hun achterban[1].

De rmo vindt het tijd voor een verandering in de verhoudingen tussen maatschappelijke organisaties, overheid, markt en civil society.

Van oorsprong zijn maatschappelijke organisaties met een publieke functie (scholen, welzijnsorganisaties, woningcorporaties, omroepen, ziekenhuizen, etc.), ontstaan vanuit particulier initiatief. Vervolgens zijn ze opgenomen in de verzorgingsstaat. Via financiering en regulering konden overheid en politiek aan deze organisaties sturing geven. In de jaren tachtig en negentig vond, via deregulering en marktgericht werken, een correctie plaats op de hoge kosten.

Deze nieuwe richting werd ingeslagen via bedrijfsmatig werken, het vergroten van efficiëntie, kostenreductie, professionalisering, standaardisering, schaalvergrotingen, fusies en verzakelijking van de dienstverlening. Formeel werd de positie van de cliënt versterkt en de macht van de professional werd ingeperkt. De overheid oefende steeds meer controle uit en maatschappelijke organisaties gingen quasi-marktgedrag vertonen.

Ondertussen raakten de maatschappelijke dienstverleners de band met hun oorspronkelijke achterban kwijt. Hoewel voortgekomen uit initiatieven van burgers, is op dit moment voor het publiek onduidelijk wie de eigenaren van deze organisaties zijn. Deze situatie, in combinatie met forse bezuinigingen waar zij mee worden geconfronteerd, maakt dat de positie van maatschappelijke dienstverleners kwetsbaar is geworden.

De rmo ziet voor zowel maatschappelijke organisaties zelf, als voor de overheid een rol weggelegd om de legitimatie van deze organisaties te versterken.

Wat kunnen maatschappelijke organisaties doen?

Intern toezicht, het afleggen van horizontale verantwoording aan partner- en brancheorganisaties en het vergroten van exit-opties (keuzemogelijkheden) voor cliënten, zijn noodzakelijk om legitimatie te verwerven. In de afgelopen jaren zijn deze onderdelen wel in de aandacht geweest.

De sleutel tot het versterken van de legitimatie ligt echter in een terugkeer naar de basis, in het versterken van de zeggenschap van de doelgroep.

De rmo beveelt de organisaties aan om te sturen op nabijheid en herkenbare betrokkenheid. Samenwerking, dialoog en discussie met cliënten en achterban, de zogeheten voice, zullen een essentieel onderdeel moeten worden van de dagelijkse praktijk. Het versterken van deze relatie moet centraal staan in de cultuur en de structuur van de organisaties.

Doel hiervan is niet een “u vraagt wij draaien”, aldus de rmo, maar het verbeteren van de kwaliteit van de dienstverlening. Dit werkt alleen wanneer dialoog, discussie en verantwoording direct betekenis hebben voor verbetering van de kwaliteit, en niet wanneer het formele verplichting zijn.

Het voortbestaan van maatschappelijke organisaties valt of staat met hun vermogen om op een onderscheidende manier invulling te geven aan maatschappelijke doelstellingen. Organisaties die aansluiting weten te vinden bij de behoeftes van een specifieke doelgroep, zullen meer legitimiteit verwerven en daarmee meer kans hebben om te overleven.

Een belangrijke voorwaarde om dit te kunnen doen is een gezonde financiering. Niet de subsidierelatie moet dan uitgangspunt van handelen zijn. Het werkt meer creativiteit in de hand wanneer wordt uitgegaan van eigen missie en visie, om daar vervolgens financiers bij te zoeken. Naast marktfinanciering zullen naar verwachting vrijwillige particuliere bijdragen belangrijker worden, evenals financiering vanuit andere maatschappelijke organisaties. Overheidsfinanciering blijft natuurlijk ook een belangrijke inkomstenbron.

Wat kan de overheid doen?

De rmo adviseert de overheid om maatschappelijke organisaties prikkels te geven om zich primair te richten op de cliënt en de achterban en om deze meer zeggenschap te geven. De rmo noemt hiertoe een aantal maatregelen, zoals het verminderen van de verticale verantwoordingsdruk, het belonen van verankering met meer vrijheid en het ingrijpen bij falen. Ook raadt de rmo de overheid aan om meer ongelijkvormigheid te accepteren.

Wat betekent dit advies voor de toekomst van maatschappelijke organisaties?

Wat er in de komende jaren concreet gaat gebeuren is naar mijn idee moeilijk te zeggen. Zal het organisaties lukken om onder de druk uit te komen van het afleggen van verantwoording en controle? Zal er ruimte zijn om de dagelijkse dialoog met cliënten op efficiënte wijze te voeren? Is het mogelijk om mensen die maatschappelijk kwetsbaar zijn kwalitatief goede diensten te leveren in een bedrijfsmatige omgeving? Is het mogelijk voor onderscheidende initiatieven, die zich kenmerken door eigenheid en veelvormigheid, om voldoende verantwoording af te kunnen leggen over kwaliteit en professionele normen? Zal het maatschappelijke organisaties lukken voldoende alternatieve financieringsbronnen te vinden? Zal het de overheid lukken een nieuwe weg te vinden, waarin het afleggen van verantwoording en het bieden van ruimte aan burgers (cliënten) samen kunnen gaan?

We weten dat maatschappelijke organisaties te maken hebben en krijgen met bezuinigingen. De overheid trekt zich terug, de markt heeft de eigen grenzen laten zien en van de burgers, de civiele samenleving wordt veel verwacht.

Hoe we het ook wenden of keren, maatschappelijke organisaties die er in slagen om een nieuwe een balans te vinden in relaties met overheid, markt en burgers, zullen het best in staat blijken diensten te leveren die voorzien in de uiteenlopende behoeften die er leven in de maatschappij. Dit zullen de organisaties zijn die de meeste kansen hebben om in de toekomst een rol te (blijven) spelen.

Voor maatschappelijke organisaties ligt hier een nieuwe uitdaging…


[1] “Terug naar de basis. Over de legitimiteit van maatschappelijke dienstverlening.” Rmo.   http://www.adviesorgaan-rmo.nl/publicaties/adviezen/2010/1390/

Op deze blog reageren